Leidsevaartweg 46, 2106 NA Heemstede
Telefoon: 023 - 584 91 54   info@vantubergen.nl
Tuintips

KIJK OP DE WEBSITE VAN HET BLOEMBOLLENCENTRUM VOOR MEER
INFORMATIE OVER HET PLANTEN VAN ZOMERBLOEIENDE BLOEMBOLLEN
KLIK HIER

Algemene informatie voor najaars bollen:

Bloembollen planten aug.  t/m  nov.

 

Maak uw selectie:
Veel voorjaarsbloeiende bloembollen zullen in volle of gedeeltelijke zon willen groeien. Bloembollen
groeien bijna in elke omgeving, mits deze goede afwatering heeft. Bloembollen verrotten wanneer
ze lang in het water staan, dus vermijdt omgevingen die veel overstromen, zoals de voet van
heuvels of onder de afwatering.

Kies een plantplek:
Graaf of een gat voor bedbeplanting of individuele gaten voor individuele beplanting van bollen of
kleinere clusters. Om te zien hoe diep je moet planten, beschouw dan de grootte van de bol. Grote
bollen (5 cm en groter) worden vaak 15 cm diep geplant; kleinere bollen (2,5 cm) worden 7 tot 10
cm diep geplant.
Open de grond een beetje en verwijder onkruid en kleine steentjes. Mix een beetje natte turf om
de grond beter te draineren. Plaats –niet duwen- de bollen zachtjes in de grond met de puntige kan
boven. Zet grote bollen, 7 tot 20 cm uit elkaar en kleine bollen 3 tot 7 cm. Eigenlijk kan er niets fout
gaan want zelfs onderste boven komen bollen nog boven de grond.
Bedek de bollen met aarde en water, wanneer de grond nog niet nat is.
Niets is zo makkelijk! Door je aan de regels te houden wordt je tuin de mooiste van de buurt. Het
komt allemaal hier op neer: koop bollen, zet ze in de tuin, en droom van een mooi voorjaar tot de
bloembollen uitkomen.

 

Planten in potten, stappen plan

Stap 1
De beste grond voor beplanting in potten en bakken is de grond die je in zakken bij de meeste
tuincentra’s koopt. Deze grond is rijker, schoner, meer insect en ziekte vrij en minder vast dan de
grond in de tuin.
Stap 2
Bloembollen kunnen niet overleven in te natte grond, ze moeten een goede drainage hebben om
hun wortels gezond te houden. Alle potten moeten gaten in de onderkant hebben om het water uit
de potten te laten lopen.
Stap 3
Kies voor potten die diep genoeg zijn om de bollen te planten zoals jij graag wilt. (let op de
plantinstructies op het plant label).
Stap 4
Vul de pot één-kwart tot één-derde met grond, zet de planten op een goede diepte in de pot. (lees
de plant instructies die bij de planten worden geleverd). Vul de overige gaten op met grond tot 1 cm
onder de rand van de pot. Door de pot niet tot aan de rand te vullen heeft het ruimte voor water
en eventueel bemesting.
Stap 5
In de herfst kun je meerdere bollen en knollen in één pot planten om een voorjaarstuin te hebben in
één pot. Dit heet de lasagna techniek. Of je kiest bollen die na elkaar bloeien om zo 100 dagen bloei
in één pot te krijgen. Of je kiest er voor om 2 type bloembollen op hetzelfde moment te laten
bloeien.
Stap 6
Je kunt de beplante potten neerzetten zoals je ze gekocht heb, of ze in een mooie decoratieve pot
te zetten. Wanneer je de pot in een andere pot zet, moet je er op letten dat er geen water tussen
de potten blijft staan. Een goede truc hierbij is om de binnen pot op een steen te zetten zodat de
pot hoger staat dan het water.
Stap 7
Leuke potten om bloembollen in te planten zijn terra cotta potten, oude emmers en teilen,
keramische potten of zelf gemaakte.
Stap 8
Zet groepen potten in de tuin of op het terras zodat het er fleurig uitziet en om minder werk te
hebben met water geven.

 

Tips voor verwildering van bloembollen

 

 

 

 

 

 

Ieder bol- of knolgewas.
wil zich optimaal kunnen ontwikkelen en hebben een eigen standplaats nodig, waar de planten
ongestoord kunnen groeien om zich vervolgens in alle rust te kunnen terugtrekken, zonder dat het
voor de plant zo onmisbare blad tijdens het geel worden voortijdig wordt afgesneden. Belangrijk is
voorts, dat gedurende de periode dat het blad zich heeft teruggetrokken, de ondergrondse delen
een rusttijd doormaken.
Zo worden crocussen bij voorbaat in grote getalen in gazons geplant waar ze zich dan ook heel
goed thuis voelen en zich ook kunnen handhaven, mede door het feit dat de grond gedurende de
rustperiode van de knollen, tamelijk droog is. Voorwaarde is dan wel dat het blad volledig kan
uitrijpen en het gras dat in het voorjaar, nadat de bollen hun bloemenpracht hebben laten zien, niet
wordt gemaaid. Voor velen is het nogal moeilijk de maaimachine of schaar niet te gebruiken om
zodoende een eind te maken aan de nogal rommelige indruk die een niet gemaaid gazon biedt.

Na de bloei neemt de bladontwikkeling sterk toe en wordt tevens zaad gevormd dat ruimschoots de
gelegenheid moet krijgen uit te rijpen. De zaden die van enkele gewassen, zoals Chionodoxa, Scilla
e.z. tussen de planten vallen zullen daar een goede voedingsbodem vinden om te kiemen met als
gevolg een toename van het aantal en op den duur dus ook aanzienlijk meer bloemen.

Uitzonderingen
Niet alle bol- en knolgewasssen die na eens te zijn geplant en aan hun lot worden overgelaten,
hebben het vermogen jaarlijks opnieuw uitbundig te bloeien en zich daarnaast nogeens te
vermeerderen. Door uitgebreid onderzoek in de laatste jaren zijn we tot de conclusie gekomen dat
veel bloembollen geschikt zijn voor meerjarenbloei mits geplant in een lichte en zonnige omgeving.
Uiteraard zijn dat de bekende crocus, scilla, allium en narcis. Daarnaast zijn hyacinten zoals ‘Pink
Pearl’, ‘White Pearl’ en ‘Delfts Blauw’ zeer geschikt. Bij de tulpen zijn van de botanische cultivars
zeer geschikt o.a. turkestanica, tarda, linifolia,  en de langstelige tulpen zoals 'Apeldoorn' en andere Darwin hybriden.

Standplaatsen
Voor de verwildering van bloembollen komen een aantal specifieke, voor dit doel zeer geschikte,
plaatsen in aanmerking. Afgezien van het feit dat ze een voldoende groot oppervlak dienen te
beslaan, moeten ze ook vanuit diverse gezichtsvelden te overzien zijn. Grasvelden zijn zeer
geschikt. Daarnaast komen eveneens brede randen langs heestergroepen in aanmerking. Een
bosachtig deel van de tuin kan aanmerkelijk verlevendigd worden met het aanbrengen van een
massale beplanting van de daar van nature thuishorende soorten. Gedacht kan worden aan Allium
ursinum, Anemone nemorosa (bosanemoon), Anemone ranunculoides, Erythronium des-canis,
Corydalis, Corydalis solida, Arum italicum, Fritillaria meleagris (Kievitsbloem), Galanthus
(Sneeuwklokje), Hyacinthoides non-scripta, en Ornithogalum umbellatum. Voor een minder
natuurgetrouwe beplanting komen uiteraard vele andere soorten in aanmerking. In plaats van de
beide eerder genoemde anemonen kan ook gebruik gemaakt worden van Anemone blanda, die
zowel in gemengde kleuren als afzonderlijk in de kleur lila, wit en blauw, aangeboden wordt. De
wilde hyacint kan bijvoorbeeld gemakkelijk vervangen worden door de Spaanse hyacint. In sommige
gevallen zal blijken dat de exotische soortjes zich beter zullen handhaven dan hun inheemse
soortgenoten.

Grondbewerking
Alvorens tot planten over te gaan dient nagegaan te worden in hoeverre het perceel geschikt is
voor de verwildering van bloembollen. De waterhuishouding,humusgehalte en de zuurgraad (pH)
spelen hierbij een belangrijke rol. Blijkt de drainage niet goed te functioneren, dan moet dit
verholpen worden. Het humusgehalte wordt verhoogd door het aanbrengen van organische
meststoffen en/of compost. Dit is ook uitstekend geschikt voor de zwaardere leem en kleigronden.
De pH, die om en nabij de 6 -6,5 moet liggen, kan verhoogd worden door het opbrengen van kalk.
Verlaagd wordt het door het toevoegen van turfmolm.

Bemesting
Een bemesting op maat voorkomt dat planten ziek worden en gevoelig worden voor ziekten en
plaagdieren, dit resulteert in minder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Een juiste bemesting zorgt
ook voor een goede bodemstructuur.

Er is keuze uit diverse meststoffen:
Compost en dierlijke mest. Dit zijn organische meststoffen. Het zijn, zoals eerder beschreven, ook
goede bodemverbeteraars.
Natuurlijke meststoffen die als aanvulling op organische mest worden gegeven.
Het te kiezen type bemesting hangt af van het type beplanting en het tijdstip dat er bemest kan
worden. Planten en bloembollen die uit zichzelf vermeerderen staan op hun natuurlijke standplaats.
De natuur is hier in balans. De grondsoort, structuur, waterhuishouding en beplanting sluiten hier
prima op elkaar aan. Het is niet gebruikelijk om in een balanssituatie bij te mesten.
Mogelijk blijkt uit een aantal verschijnselen (vaak zichtbaar in het blad van planten) dat er een
tekort is aan een bepaalde voedingsstof. Dan is het gebruik van aanvullende meststoffen een
aanbeveling. Deze meststoffen moeten organisch zijn en passen daardoor beter in de natuurlijke
omgeving waar de planten zich in bevinden.
Aanvullende meststoffen vullen specifieke tekorten in de plantenvoeding uit organische meststoffen
aan, zoals fosformeststof (fosfor) en vinassekali (kali: afvalproduct uit de voedingsindustrie). Tot
slot zijn er meststoffen met kalk, zoals maërl (koraal- algenkalk), die de zuurgraad van de bodem
regelen. Indien deze toepassing één keer per jaar wordt uitgevoerd dan is het voor de bloembollen
van belang dat deze bemesting direct na de bloei plaatsvindt.

Maaien
De in gras geplante bollen kunnen pas gemaaid worden, zodra de bovengrondse delen van de bol
geheel zijn afgestorven. Als regel voor het maaien wordt aangehouden dat daarmee gemiddeld 6
tot 8 weken na de bloeiperiode kan worden begonnen. Tot de soorten die het meest geschikt zijn
voor aanplant in gras behoren sneeuwklokjes, Crocussen, Chionodoxa, Scilla siberica en
vroegbloeiende narcissen. 

 

 

Bron: bloembollencentrum.nl